In stadsverkeer, omwille van hun gunstig effect op het leefmilieu,
vormen elektrische voertuigen een belangrijke factor voor het verbeteren van
het verkeer en meer in het bijzonder voor een gezonder leefomgeving.
De introductie van elektrisch aangedreven voertuigen stelt echter
bijzondere eisen op het vlak van normalisatie en regelgeving, mede gezien het
feit dat het elektrisch aangedreven voertuig verscheidene technologieën
bij elkaar brengt, zo bijvoorbeeld de autotechniek enerzijds en de elektrotechniek
anderzijds.
De normalisatie activiteiten in het domein worden verzekerd door
de bevoegde internationale organismen zoals IEC
en ISO op wereldvlak,
en CENELEC
en CEN op Europees
vlak, telkens respectievelijk voor de elektrotechnische en de algemene normalisatie.
Reeds meer dan 10 jaar neemt ETEC, hiertoe afgevaardigd door de Belgische
nationale organismen BEC en NBN,
actief deel aan de normalisatie van elektrisch aangedreven voertuigen en hun
infrastructuur. Momenteel verzorgt ETEC het secretariaat van technisch comité
IEC TC69.
Alle ontwikkelde normen kunnen grosso modo in drie categorieën
worden onderverdeeld:
- Veiligheidsnormen: deze beschrijven de vereisten waaraan de toestellen
moeten voldoen om de veiligheid van personen te verzekeren.
- Dimensionele normen: deze zijn vooral van belang voor de onderlinge
uitwisselbaarheid van componenten, bv. stekkers en stopcontacten.
- Performantienormen: deze beschrijven standaard meetprocedures
om de performanties van verschillende toestellen op objectieve wijze te kunnen
beschrijven en vergelijken.
De evolutie van de normalisatie van de elektrische voertuigen
was het onderwerp van de doctoraatsthesis "The
electric vehicle: raising the standards" door Peter
Van den Bossche.